uit eten


uit eten 1.0

(eten, drinken en genotmiddelen)

naar of in een restaurant of andere eetgelegenheid om daar de maaltijd te gebruiken
Functioneert als bijwoordelijke bepaling, vaak in combinatie met gaan of zijn; ook met vragen. De constructie uit eten gaan is vergelijkbaar met uit wandelen gaan, uit werken gaan of uit vissen gaan.

Algemene voorbeelden


Ben Salah was die avond alleen met Artie in het huis om te klussen. De andere drie waren uit eten in een restaurant in het naburige Fleurance.

Algemeen Dagblad,

Ga je net lekker met je dieet of je voornemen om gezond te leven, vragen je vriendinnen je mee uit eten.

https://www.blijtijds.nl/lifestyle/gezond-uit-eten-kan-best/,

Vaste verbindingen


uit eten gaan

  1. naar een restaurant of andere eetgelegenheid gaan om daar de maaltijd te gebruiken

    Synoniem: buiten de deur eten; gaan eten; uit eten gaan

    Synoniem: op restaurant gaan ( (vooral) in België)